Spanning stijgt aan de onderhandelingstafel:

Wordt de nieuwe cao ggz een echte verbetering of een koude douche?

Achter de gesloten deuren van de geestelijke gezondheidszorg (ggz) voltrekt zich momenteel een stevig schaakspel. Vakbonden (zoals FNV, CNV en NU’91) en werkgevers zijn in een intensieve strijd verwikkeld over de nieuwe cao. Hoewel de huidige cao formeel nog loopt tot en met 31 juli 2026, zijn de gemoederen in de aanloop naar de vernieuwing nu al flink verhit. Waar de vakbonden strijden voor broodnodige erkenning en ademruimte op de werkvloer, houden de werkgevers de hand stevig op de knip.

De kloof tussen 'verbetering' en realiteit

Het meest recente overleg markeerde een belangrijk kantelpunt. De werkgeversorganisaties presenteerden een zogeheten 'integraal voorstel'. Dit pakket bevatte niet alleen een concreet loonbod, maar ook plannen rondom roosters, veiligheid, zeggenschap en reiskosten.

Op papier klinkt dit als een constructieve stap, maar in de praktijk liggen de standpunten nog mijlenver uit elkaar. Waar werkgevers spreken over "verbeteringen", ervaren werknemers de voorstellen op diverse vlakken juist heel anders. Volgens vakbond FNV is de discussie dan ook inhoudelijk op scherp gezet. Wat de een ziet als vooruitgang, voelt voor de ander als een achteruitgang of een herhaling van onduidelijke afspraken uit het verleden.

De inzet: 6 procent loonsverhoging en meer rust

De eisen van de werknemersorganisaties zijn helder. Ggz-professionals kampen al jaren met een hoge werkdruk en een toenemend gevoel van onveiligheid op de werkvloer. De bonden eisen daarom:

  • Een structurele loonsverhoging van 6 procent.

  • Betere waarborgen voor de werk-privébalans en meer voorspelbaarheid in de roosters (zodat extra werken ook echt loont en onduidelijke roostertrucs stoppen).

  • Concrete stappen om de veiligheid op de werkvloer te vergroten.

  • Betere regelingen voor bijzondere diensten en een fatsoenlijke tegemoetkoming in de reiskosten.

Vakbond NU’91 laat weten dat werkgevers weliswaar openstaan voor aanpassingen, maar tegelijkertijd nadrukkelijk wijzen op de wankele financiële positie van veel ggz-instellingen. Voor de bonden is het echter onacceptabel dat de portemonnee van de zorgmedewerker de sluitpost wordt van bedrijfseconomische problemen. Zij benadrukken dat loon en goede arbeidsvoorwaarden geen 'communicerende vaten' mogen zijn; de waardering moet voor iedereen op de werkvloer voelbaar zijn.

Hoe nu verder?

Het laatste overleg bleek geen eindstation, maar een pittige tussenschakel. De vakbonden hebben inmiddels een inhoudelijke reactie en stevige tegenvoorstellen bij de werkgevers neergelegd. Over de precieze details daarvan bewaren beide partijen nog het stilzwijgen, om de zorgvuldige weging van de plannen niet te verstoren.

De bal ligt nu bij de werkgevers. Zij hebben tot begin zomer de tijd om zich over de tegenvoorstellen van de bonden te beraden. Op 8 juni 2026 schuiven de partijen opnieuw aan de onderhandelingstafel voor een formele reactie. Tot die tijd blijft het op de werkvloer van de ggz onzeker of er snel een akkoord wordt bereikt, of dat de sector zich moet opmaken voor een langdurig conflict.